Wachten is niet alleen een kwestie van tijd
16 november 2016
Toon alle

In de zorgverlening vinden verschillende communicatieprocessen en handelingen plaats tussen arts en patiënt, zorgprofessionals onderling en de patiënt en andere zorgverleners. In alle onderdelen van het zorgproces kan er tussen deze personen ‘ruis’ ontstaan.

 

In dit blog ga ik schrijven over ruis in de zorg. Over ruis die ik van anderen in mijn omgeving hoor en waarbij de naam van het ziekenhuis, de behandelend arts of de persoon in kwestie niet worden genoemd.

M ijn naam is José van Mil-Verleun. Ik ben een BIG-geregistreerd Z-verpleegkundige en afgestudeerd in Beleid & Management Gezondheidszorg (BMG) waarbij ik in de master Zorgmanagement ben afgestudeerd.

In de zorgverlening vinden verschillende communicatieprocessen en handelingen plaats tussen arts en patiënt, zorgprofessionals onderling en de patiënt en andere zorgverleners. In alle onderdelen van het zorgproces kan er tussen deze personen ‘ruis’ ontstaan.

Wat is die ruis?

Ruis zijn alle gebeurtenissen, die verstorend werken in de uitvoering van het zorgverleningsproces. Een aantal voorbeelden:

  • Onvoldoende waarborgen van privacy
  • Verkeerde bejegening van de patiënt
  • Het ontbreken van informatie bij de patiënt

Het gaat erom hoe de individuele patiënt de zorg ervaart. Wat de ene patiënt als ruis ervaart hoeft dat voor de ander niet per se te zijn. En in een geval kan het ook zijn dat degene die die ruis niet zo heeft ervaren weer andere ruis ervaart. Ruis heeft vaak een algemeen karakter, maar kan ook persoonsgebonden zijn.

Geen enkele garantie

Het gaat over de ruis die ik zelf ervaren heb na een enkelbreuk. Na mijn operatie is mij verteld dat ik een drievoudige breuk had en dat zowel mijn scheen- als kuitbeen gebroken waren. Echter niet alleen mijn botten waren beschadigd. Ook mijn pezen, banden en kraakbeen in mijn enkel hadden schade opgelopen. Bovendien speelde er nog een grote boosdoener een rol: het vocht in mijn enkel. Deze bijkomende schade was van nog veel grotere invloed op mijn herstel dan de botbreuken. Die groeien immers (weliswaar met behulp van ijzerwerk) weer tegen elkaar aan.

Toen ik uit het gips mocht, zei de dienstdoende arts dat het 100% goed kwam met mijn enkel en dat ik alles weer kon doen. Ik heb mij afgevraagd waarom deze arts dit op dat moment zei. Dacht hij dat ik de waarheid niet aankon? Was hij zelf niet in staat om eerlijk tegen mij te zijn? Had hij zich wellicht onvoldoende in mijn dossier verdiept ongeacht door welke oorzaak dan ook? Of misschien kwam het omdat ik op dat moment geen stap durfde te zetten, niet uit te voeten kwam en de arts op mijn hulpeloosheid wilde reageren?

Ik zal niet weten waarom de arts mij een garantie wilde geven, terwijl deze er niet was. De informatie over de toestand van mijn enkel werd mij in fases duidelijk en ik heb daar zelf het initiatief voor moeten nemen. Ik hoorde wel dat het een forse breuk was, maar de gevolgen ervan bleven vaag voor mij. Die werden mij pas gedurende het revalidatietraject duidelijk. Liever had ik gelijk na de operatie in één keer de hele waarheid gehoord. Ik heb met mensen uit mijn omgeving de informatie over de toestand van mijn enkel gedeeld, ook over ‘de 100%’. Dit leidde tot verontwaardiging en soms tot onbegrip, omdat ik een half jaar na de breuk nog steeds niet goed liep.

Meegevertje

De eerste informatie over de gezondheidstoestand die gegeven wordt is van groot belang voor de patiënt. De patiënt en zijn omgeving gaan uit van de informatie die door de arts wordt gegeven voor het vervolg van het herstel. Ook bij slecht nieuws, in dit geval de blijvende bewegingsbeperking, is het van belang voor de patiënt om dit zo snel mogelijk te weten. Geen of gebrekkige informatie is ook informatie, omdat de patiënt denkt dat het of goed is, of gaat piekeren over wat mogelijk aan de hand kan zijn. Deze situatie roept nog steeds vragen op: Heeft de regie van artsen ontbroken? Was de chirurg ook de hoofdbehandelaar? Aandacht besteden aan het informeren van de patiënt is belangrijk, waarbij de regie ligt bij de hoofdbehandelaar. Andere zorgverleners zijn dan op de hoogte en kunnen hun communicatie en zorgverlening aan de patiënt aanpassen. Situaties zoals in mijn persoonlijke geval worden daarmee voorkomen.