Zelf het wiel uitvinden?
25 januari 2017
Geen boze droom
22 februari 2017
Toon alle

Een meisje van 11 jaar zegt op een gegeven moment tegen haar ouders, dat zij in de klas haar juffrouw niet goed kan verstaan. De ouders van het meisje hebben ook bemerkt dat hun dochter het geluid van de tv regelmatig harder zet.

 

Een meisje van 11 jaar zegt op een gegeven moment tegen haar ouders, dat zij in de klas haar juffrouw niet goed kan verstaan. De ouders van het meisje hebben ook bemerkt dat hun dochter het geluid van de tv regelmatig harder zet.

H et meisje bezoekt op advies van haar huisarts een KNO-arts. Zij krijgt slecht bericht: aan beide oren heeft zij behoorlijk gehoorverlies. Het meisje moet een gehoorapparaat. Ook zal het meisje ondersteuning nodig hebben van leerkrachten, die een microfoon gebruiken. En dat terwijl zij het komend schooljaar naar het Voortgezet Onderwijs gaat.

Buisjes

Toen het meisje 6 jaar oud was, heeft zij buisjes in beide oren gekregen. Er is toen ook gehoortest bij haar afgenomen. In de brief van de toenmalige KNO-arts aan de huisarts staat: ‘het audiogram toont aan, dat aan beiden zijden het gehoor normaal is’. Het pas afgenomen audiogram geeft geen verschillen aan met dezelfde test van 5 jaar geleden. Heeft de arts destijds een verkeerde beoordeling gemaakt? De huidige KNO-arts klinkt resoluut en verwijst het meisje naar een ander ziekenhuis. Hij regelt een spoedafspraak: na 3 maanden(!) kan zij bij een collega KNO-arts van een academisch ziekenhuis terecht voor een multidisciplinair spreekuur.

Multidisciplinair spreekuur

Het meisje meldt zich met haar moeder bij de balie van dit ziekenhuis. Zij moeten wachten in de wachtkamer. Als het meisje aan de beurt is, wordt zij vervolgens van het ene naar het andere kamertje meegenomen. Ze is overduidelijk in het multidisciplinaire spreekuur (MDS) beland. Het meisje wordt door een logopedist, audioloog, orthopedagoog en een KNO-arts onderzocht, die allen een eigen onderzoek doen. De logopedist wil het meisje nog een keer extra onderzoeken, nadat ze bij de audioloog is geweest. Dat zijn in totaal vijf onderzoeken, zonder goede voorbereiding hierop. Het meisje moet tussendoor ook wachten op de spreektaaltest. Het meisje en haar moeder waren op de hoogte dat zij een afspraak hadden bij een multidisciplinair spreekuur en dat ze zouden opgeroepen worden door diverse medewerkers. De moeder is echter overrompeld door de gang van zaken en heeft geen idee welke medewerker welk onderzoek gaat doen. Alleen de audioloog heeft zich voorgesteld en heeft daarbij ook gezegd dat hij de audioloog was. De overige medewerkers gaven een hand, maar vermeldden daarbij niet hun functie. De uitleg was ook erg summier. De moeder ziet af en toe vluchtig op het kaartje van de medewerkers staan, wie de medewerker in kwestie is.

Iets gehoorverlies

De KNO-arts die het meisje als laatste ziet vertelt de uitslag. Het meisje heeft iets gehoorverlies, maar behoeft geen ondersteuning. De moeder hoort de mededeling en wil opgelucht zijn, maar haar trommelvliezen trillen nog na van de diagnose over het behoorlijk gehoorverlies van haar dochter. De arts stelt voor over 1 maand opnieuw een test doen. Dat onderzoek bevestigt de laatste uitslag. De arts zegt tegen het meisje: ”Je hoort iets minder, maar ik zie geen gekke dingen. Je hoeft geen gehoorapparaat en als je misschien iets beter oplet in de klas heb je geen verdere hulpmiddelen nodig”. Het meisje en de moeder zijn hier erg blij mee.

Meegevertje

Het slechte nieuws over het aanvankelijke gehoorverlies was zowel bij het meisje en haar ouders hard aangekomen. Drie maanden zijn zij in de veronderstelling geweest, dat een gehoorapparaat onvermijdelijk was. Het is een vervelende mededeling om als 11- jarige te moeten horen, dat je de rest van je leven een gehoorapparaat moet dragen. Het meisje ging zich afvragen hoe groot de apparaatjes zouden zijn en hoe ze eruit zouden zien. De betreffende arts had nooit zo’n stellige uitspraak moeten doen. Hij had kunnen volstaan door te zeggen, dat hij graag wilde dat er verder onderzoek bij het meisje plaatsvond.

Bij het academisch ziekenhuis was het voor het meisje en haar moeder prettig geweest als de medewerkers van de balie verteld hadden, dat het meisje door vier verschillende medewerkers voor een onderzoek zou worden gezien. Nu wisten zij beiden niet wat er zou gaan gebeuren. Het was fijn dat de KNO-arts van het academisch ziekenhuis het meisje op een voor haar duidelijke en vriendelijke manier uitleg gaf over de betekenis van de uitslag voor het dagelijks leven van het meisje. Deze arts informeerde haar moeder ook van het feit, dat in het eerste ziekenhuis het verrichte onderzoek niet had kunnen plaatsvinden. Mogelijk waren deze woorden verzachtend bedoeld voor de uitspraak van de eerste KNO-arts.